Het getal klinkt indrukwekkend. Mensen horen het en veronderstellen een zekere grandeur: een privébibliotheek met rolladders, mahoniehouten planken, een van die koperen lampen die op foto's van Oxford colleges verschijnen. De werkelijkheid is prozaïscher. Achtentwintigduizend boeken, met een gemiddelde dikte van ruwweg 2,5 centimeter, is 700 strekkende meter plank. Dat is de lengte van zeven voetbalvelden, of — in de metriek die telt — aanzienlijk meer plankruimte dan er in mijn huis bestaat.
Dit is het eerste wat je leert wanneer je collectie de grens overschrijdt van "groot" naar "logistieke situatie": de boeken groeien uit elke ruimte die je ze geeft. Niet uiteindelijk. Snel. De verhouding tussen boeken en plankruimte is niet lineair; ze is exponentieel, omdat je altijd sneller verwerft dan je planken bouwt, en de planken zelf ruimte innemen die ook boeken had kunnen bevatten. Het is een probleem zonder evenwicht. Ik los het al twintig jaar op, en ik ben verder van een oplossing dan toen ik begon.
Het plankprobleem
Ik heb planken in elke kamer. Dat is geen ontwerpkeuze. Het is een gevolg. De woonkamer, de studeerkamer, de slaapkamer, de gang, de logeerkamer, de kamer die een logeerkamer was tot ze een boekenkamer werd, de kamer die een boekenkamer was tot ze een tweede boekenkamer werd. Er staan planken in de badkamer. Daar ben ik niet trots op, maar ik lieg er ook niet over.
De planken zelf zijn een geschiedenis van optimisme. De eerste waren mooi: massief eiken, op maat gemaakt, met tussenruimte berekend op de quartos en folio's die toen de toekomstige vorm van de collectie leken te vertegenwoordigen. Ze waren duur, en ze waren binnen achttien maanden vol. De tweede golf bestond uit IKEA Billy's, ingezet met de pragmatiek van een militair logistiek officier: goedkoop, modulair, onmiddellijk beschikbaar en — dit is hun grote deugd — exact 28 centimeter diep, wat 95% van de octavo's en alle paperbacks aankan. De derde golf was industriële stalen rekken in de kelder, het soort dat in magazijnen wordt gebruikt. Ze zijn lelijk. Ze houden veel boeken. Op een bepaald moment in het leven van een verzamelaar wint capaciteit van esthetiek.
De wiskunde van planken is meedogenloos. Een standaard Billy houdt ongeveer 80 boeken per kast, vijf planken, zestien boeken per plank, uitgaande van gemiddelde octavo's. Achtentwintigduizend boeken vragen dus ongeveer 350 Billy's, die naast elkaar ongeveer 280 meter muur zouden innemen — meer muur dan de meeste huizen bevatten. Je kunt dubbel parkeren, boeken voor boeken, wat de helft van je collectie achter de andere helft verbergt en iets vinden tot archeologie maakt. Je kunt horizontaal stapelen bovenop verticale rijen, wat er slecht uitziet en uiteindelijk planken doet doorbuigen. Je kunt boeken in dozen zetten, wat het ruimteprobleem oplost door een ander probleem te creëren: je bezit nu dozen boeken in plaats van een bibliotheek.
Ik heb al deze dingen gedaan. Ik raad geen ervan aan.
Het gewichtprobleem
Boeken zijn zwaar. Dat is duidelijk wanneer je ze draagt, minder duidelijk wanneer je ze opslaat, en dramatisch duidelijk wanneer je ze probeert te verhuizen.
Een standaard octavo weegt ongeveer 300–500 gram. Een folio kan twee tot drie kilo wegen. Een kunstboek — een van die schitterende oversized volumes die in de boekhandel een goed idee leken — kan vijf kilo wegen. Achtentwintigduizend boeken, aan gemiddeld 400 gram, wegen ongeveer 11.200 kilo. Elf ton. Op je vloeren.
Ik leerde over vloerbelasting op de harde manier, toen er een barst verscheen in het plafond van de kamer onder mijn bibliotheek. De stabiliteitsingenieur die het kwam beoordelen, keek naar de planken, keek naar het plafond, keek naar mij en zei iets in het Vlaams dat ik beleefd vertaal als: "dit zijn te veel boeken voor deze vloer." Hij had gelijk. De vloerbalken waren berekend op een huishoudelijke belasting: meubels, mensen, normaal leven. Ze waren niet berekend op zeven ton literatuur langs één muur.
De oplossing was stalen verstevigingsbalken, geplaatst tegen een kostprijs waarmee je enkele honderden boeken had kunnen kopen. De ironie ontging me niet. Ze ontgaat mijn vrouw ook niet, die haar vermeldt op momenten die zij gepast vindt en ik te frequent.
Als je serieus verzamelt, controleer je vloerbelasting. Raadpleeg een stabiliteitsingenieur voordat je een kamer vult. Verdeel gewicht over meerdere muren in plaats van het op één plek te concentreren. En als je in een ouder gebouw woont — wat in België de meeste gebouwen betekent — onthoud dan dat "ouder" vaak betekent: gebouwd voor mensen, niet voor bibliotheken.
Het verhuisprobleem
Ik ben twee keer met deze collectie verhuisd. Ik verhuis niet meer. Dat is geen voorkeur. Het is een gelofte.
De eerste verhuis omvatte ongeveer 400 dozen. Ik weet dit omdat ik ze telde, zoals een gevangene de dagen telt. Elke doos hield ongeveer 30 boeken; je kunt een doos niet met boeken vullen en verwachten dat iemand haar optilt. Halfvol is het maximum, wat het aantal dozen verdubbelt. De verhuizers — drie jonge, sterke en zichtbaar ontzette mannen — deden twee volle dagen over alleen de bibliotheek. De blik van de ploegbaas toen hij de kelderrekken zag, draag ik de rest van mijn leven mee. Het was geen woede. Geen verrassing. Het was de uitdrukking van een man die de fundamentele economie van zijn beroep herberekent.
De tweede verhuis, vijf jaar later, omvatte ongeveer 550 dozen. De collectie was gegroeid. De offerte was aanzienlijk hoger. Ik huurde een firma in die gespecialiseerd was in bibliotheekverhuizingen. Die bestaan, zoals pianoverhuizers bestaan, om dezelfde reden: het object is zwaar, kwetsbaar en eigendom van iemand die emotioneel wordt als het beschadigd raakt. De gespecialiseerde firma pakte elke plank in volgorde in, labelde de dozen per kamer en plankpositie, en pakte ze in het nieuwe huis in omgekeerde volgorde uit. Het was efficiënt, professioneel en kostte ongeveer evenveel als een degelijke tweedehandsauto. Elke cent waard.
Lessen uit het verhuizen van 28.000 boeken: gebruik kleine dozen. Bananendozen van de supermarkt zijn ideaal: de juiste maat, sterk, gratis. Pak boeken rug naar beneden, niet plat. Vul nooit een doos tot boven. Label elke doos met de oorspronkelijke plank. En begroot meer dan je denkt: meer geld, meer tijd, meer geduld, meer vloeroppervlak voor tijdelijke stapels.
Het verzekeringsprobleem
28.000 boeken verzekeren vraagt eerst weten wat ze waard zijn, wat eerst vraagt weten wat ze zijn. Dit is het catalogiseerprobleem in zijn duurste vorm.
Ik verzeker mijn collectie via een gespecialiseerde polis, het soort polis van firma's die het verschil begrijpen tussen een boek en een meubelstuk. De polis is gebaseerd op een overeengekomen totale waarde, jaarlijks herzien, met een lijst van individueel gewaardeerde items boven een bepaalde drempel, momenteel alles boven €1.000. Onder die drempel wordt de collectie als geheel gedekt: totale verzekerde waarde gedeeld door totaal aantal volumes, wat een gemiddelde waarde per boek oplevert die voor een gemengde collectie wiskundig correct en praktisch betekenisloos is. De gemiddelde waarde van een boek in mijn collectie is ongeveer €85. Dat betekent niets: het middelt een incunabel van €15.000 met drieduizend paperbacks en levert een getal op dat geen werkelijk boek beschrijft.
De individueel opgenomen items — misschien 200 boeken, het topsegment van de collectie — worden gewaardeerd met een combinatie van aankoopbonnen, vergelijkbare veilingresultaten en periodieke formele taxatie. Deze lijst is het belangrijkste document dat ik bezit dat geen boek is. Ze leeft op drie plaatsen: mijn computer, een cloudback-up en een fysieke kopie in een brandwerende doos die niet in hetzelfde gebouw staat als de boeken. Redundantie is het punt.
Het relatieprobleem
Een collectie van 28.000 boeken is geen hobby. Ze is een huisgenoot. Ze neemt ruimte in, eist aandacht, kost geld en heeft meningen over interieurontwerp. Ze beïnvloedt je relaties op manieren die moeilijk uit te leggen zijn aan mensen die niet verzamelen.
Mijn vrouw is tolerant. Dat is niet hetzelfde als enthousiast, en ik heb door de jaren geleerd het onderscheid te herkennen. De tolerantie strekt zich uit tot planken in de woonkamer, planken in de gang en de studeerkamer die volledig van mij is. Ze strekt zich niet uit tot de keuken, de kinderkamers of de auto. Ik heb ooit drie dozen boeken zes weken in de kofferbak bewaard; dat werd opgemerkt. De onderhandeling loopt, en zoals alle onderhandelingen hangt ze af van goodwill, compromis en af en toe een strategische concessie. Ik heb de planken uit de badkamer verwijderd. Zij doet alsof ze de dozen in de garage niet ziet.
Andere verzamelaars begrijpen het. De blik van herkenning wanneer je het getal noemt — een lichte verwijding van de ogen, de knik die zegt "ja, ik weet het" — is een van de stille genoegens van de verzamelgemeenschap. Niet-verzamelaars reageren daarentegen meestal op een van drie manieren: bewondering, van mensen die lezen maar niet verzamelen; verbijstering, van mensen die niet lezen; of die specifieke uitdrukking — sympathiek, licht gealarmeerd — van iemand die vermoedt in aanwezigheid van een aandoening te zijn.
Het is geen aandoening. Het is een commitment. Het onderscheid is subtiel maar echt.
Wat ik werkelijk heb geleerd
Na twintig jaar en 28.000 boeken zijn de lessen niet wat ik verwachtte.
Je zult ze nooit allemaal lezen. Dat is duidelijk, en het doet er niet toe. Een persoonlijke bibliotheek is geen leeslijst. Ze is een referentiecollectie, onderzoeksinstrument, fysieke manifestatie van intellectuele interesses en troost. De boeken die je niet hebt gelezen zijn geen mislukkingen. Ze zijn mogelijkheden.
De catalogus is belangrijker dan de collectie. Een boude uitspraak, en ik blijf erbij. Zonder catalogus is de collectie een mooie chaos: ondoorzoekbaar, onverzekerbaar en uiteindelijk onkenbaar. Met catalogus is ze een instrument. Ik verzette me jaren tegen catalogiseren en navigeerde met geheugen en ruimtelijk instinct door de planken. Ik had ongelijk. De dag waarop ik boeken in een systeem begon in te voeren — eerst een spreadsheet, daarna een database, daarna de software die ik uiteindelijk bouwde omdat niets anders deed wat ik nodig had — was de dag waarop de collectie een bibliotheek werd.
Kopen is makkelijk. Cureren is moeilijk. De moeilijke beslissingen in verzamelen gaan niet over wat je koopt, maar over wat je houdt. Bij 28.000 volumes impliceert elke nieuwe aanwinst een oordeel over ruimte, waarde en doel. Is dit boek beter dan het boek dat het vervangt? Hoort het in deze collectie, of is het een impuls? Zal ik over tien jaar blij zijn dat ik het bezit? Die vragen worden moeilijker naarmate de collectie groeit, niet makkelijker, omdat de marginale waarde van elk nieuw boek daalt naarmate het totaal stijgt. Het 28.001ste boek moet zijn bestaan rechtvaardigen tegenover 28.000 concurrenten.
Boeken overleven alles. Ze overleven planken. Ze overleven huizen. Ze overleven de relaties die ze tolereerden en de bankrekeningen die ze financierden. Een boek dat ik twintig jaar geleden kocht in een winkel die niet meer bestaat, van een handelaar die inmiddels met pensioen is, in een stad waar ik niet meer woon, is er nog. Het is twee keer verhuisd. Het stond in vier verschillende kamers. Het heeft alles overleefd wat ik ermee heb gedaan, en het zal mij overleven. Dat is een troost of een last, afhankelijk van de dag.
Achtendwintigduizend. Het is geen rond getal, en geen eindgetal. De collectie groeit nog steeds: trager dan vroeger, bewuster, met een beter gevoel voor wat erbij hoort en wat niet. Maar ze groeit. De planken zijn vol. De vloeren versterkt. De verzekering is actueel. De catalogus is bijgewerkt.
En er is plaats voor één boek meer. Er is altijd plaats voor één boek meer.
📖 Verwant in de Wiki: Import & export, Je spreadsheet importeren
Volgende in deze reeks: een bekentenis — het stille, licht obsessieve plezier van boeken catalogiseren op een zondagmiddag.